Als gevolg van de actiever wordende zon, en de daarmee gepaard gaande ionosferische storingen, is het mogelijk dat GNSS(-RTK) gebruikers te maken krijgen met veminderde nauwkeurigheden en langere fixtijden: de tijd die een GNSS-ontvanger nodig heeft om een cm-nauwkeurige oplossing te bereiken.

De zon is op weg naar een nieuw maximum, zie:
http://solarscience.msfc.nasa.gov/images/ssn_predict_l.gif
en zal waarschijnlijk in 2013-2014 zijn hoogste activiteit bereiken.

De signalen van satelliet naar ontvanger doorlopen verschillende lagen van de atmosfeer waaronder de ionosfeer. Afhankelijk van het elektronengehalte wordt de loopweg en looptijd van de GNSS-signalen beinvloedt. Vooral rond de wintermaanden is dit het geval op het Noordelijk halfrond en dan met name midden op de dag. De mate waarin het RTK-netwerk de ionosfeer kan modelleren wordt aangegeven door de ionosferische onregelmatigheid / restfout. Deze is real time te vinden op onze netwerkmonitor.

Voor maximale productiviteit zijn een aantal zaken hierbij van belang:

  • Gebruik zoveel mogelijk satellieten. Gebruik van GLONASS naast GPS is dus aanbevolen.
  • Probeer indien mogelijk zwakke satellietconfiguraties (hoge PDOP) te vermijden.
  • Wacht na het fixen een minuut voor het doen van metingen.

De rover heeft zo meer tijd restfouten te modelleren en zoveel mogelijk satellieten te fixen.

  • Maak gebruik van de extra informatie die in boodschap RTCM versie 3.1 wordt verzonden. Het mountpoint 06GPSVRSGLO31 bevat deze boodschappen.

In RTCM versie 3.1 zijn twee boodschappen beschikbaar om extra informatie van het RTK-netwerk naar de GNSS rover te zenden:
RTCM type 1030: GPS netwerk restfout
RTCM type 1031: GLONASS netwerk restfout
Hierin kan per satelliet worden aangeven hoeveel onzekerheid er als gevolg van de ionosfeer nog zit in de RTK signalen. GNSS rovers kunnen van deze informatie profiteren door hun algorithmes zo goed mogelijk af te stemmen op de omstandigheden en daarmee hun performance te verbeteren ten opzicht van RTCM 3.0.