Als gevolg van de actieve zon, en de daarmee gepaard gaande ionosferische storingen, is het mogelijk dat GNSS(-RTK) gebruikers komende herfst en winter wederom te maken krijgen met verminderde nauwkeurigheden en een langere fixtijd: de tijd die een GNSS-ontvanger nodig heeft om een centimeternauwkeurige oplossing te bereiken.

De zonneactiviteit heeft in 2013 een nieuw maximum bereikt binnen de 11-jarige cyclus, zie:
http://solarscience.msfc.nasa.gov/images/ssn_predict_l.gif

De signalen van GNSS satellieten naar ontvanger doorlopen verschillende lagen van de atmosfeer waaronder de ionosfeer. Afhankelijk van de inhomogeniteit van de elektronendichtheid wordt de looptijd van de GNSS-signalen lokaal beïnvloedt. Vooral rond de wintermaanden is dit het geval op het Noordelijk halfrond en dan met name midden op de dag. De mate waarin het RTK-netwerk de ionosfeer kan modelleren wordt aangegeven door de ionosferische onregelmatigheid / restfout.
Deze is real time te vinden op onze netwerkmonitor, zie:
http://www.06-gps.nl/pda/monitor_overzicht.html

Bij een restfout van boven 3 – 4 cm kan er sprake zijn van langere fixtijden en verminderde nauwkeurigheid.

Voor maximale productiviteit zijn een aantal zaken van belang:

  • Gebruik zoveel mogelijk satellieten. Gebruik van GLONASS naast GPS is dus aanbevolen.
  • Probeer indien mogelijk zwakke satellietconfiguraties (hoge PDOP) te vermijden.
  • Wacht na het fixen een minuut voor het doen van metingen. De rover heeft zo meer tijd restfouten te modelleren en zoveel mogelijk satellieten te fixen.